Jan
27 June 2005
By on 20:30

Jan. Jan is zo’n typetje dat mij doet herinneren wat ook al weer het nut van een weblog was – dat er, gerechtvaardigt door Jan, zeker is, al blijf ik in discussies onveranderd beweren dat weblogs na msn en de tv als eertse naar de hel gaan. Jan. rechtvaardiger van weblogs.
Verder doet Jan niks. Jan kwam binnen op het eerste station na Gein, Reigersbos, waar Marry acht minuten eerder uitgestapt was en mij achterliet in deze uithoek van Amsterdam waar ik niets te zoeken had, maar dat mag, want Marry en ik hebben een traditie op dat gebied. Jan was maar net op tijd, net voor de deuren sloten glipte hij binnen, en als hij niet aangemoedigd was door zijn maatje had hij ongetwijfeld de metro gemist. Jans maatje. Waarom Jan een maatje had snap ik niet, Jan is het typetje bij uitstek dat geen maatje heeft, al jaren niet, en moederziel alleen in een metrostation en sjekkie pielt of de Edah instruint voor een blikje Hollandia-bier of, verdorven plek aller verdorvenheden, in die naargeestige gang op Brussel Centraal hangt, die de metro met het teinstation verbindt. Jan ging op de stoel voor me zitten, naast een meisje dat er frappant genoeg de volgende halte uit ging, de enige rechtvaardiging waarom station Holendrecht ooit gebouwd is. Jan stonk. Naar bier, naar shag. Hij droeg een groot, besmeurd wit shirt en een spijkerbroek die je aan de lopende band bij bezoekers van de C1000 in Ede treft. Hij had kort, grijs haar en een baard. Op zijn hoofd stond een groene truckerspet. Zijn ogen hingen afwezig in de kassen. Jan zei niks. Hij keek wat voor zich uit, bekomende van de schrik omdat de optrekkende metro hem zojuist nagenoeg door de achterwand slingerde. Zijn maatje behoedde hem voor erger.
‘Gaat deze naar Centraal?’ vroeg Jans maatje. Dat ging hij niet, Isolatorweg was de bestemming, zei een vriendelijke jongeman, overstappen op Vander Madeweg, die echter de volgende halte uitstapte. Paniek in de ogen van Jans maatje, gekleurd tintje overigens, kort, zwart haar, hield het midden tussen een Surianamer en een Spajnaard, al heb ik geen idee hoe dat kan. ‘Wij komen hier niet vandaan, weetje.’ Ik suste hem, wist de Van der Madeweg wel.
Het meisje naast Jan stapte uit, Jan richte zich weer op de wereld. Voor het eerst sprak hij. ‘Huh? Muiderpoort?’ Zijn stem klonk loom en vermoeid. Zijn ogen zonken nog dieper weg. Er kwam een rasta binnen met kindje op zijn arm en een joint. Jan keek op van de indringende lucht. Blijkbaar had Jan het niet op rasta’s. ‘Hee, jij. Ja, jij daar. Zwarte!’ De ratsa had, buiten de joint, ook muziek mee, reggae, die hij, verzonken in zijn Hawai-shirt, beluisterde. Het kind keek vrolijk uit het raam. ‘Hee! Zwarte! Luister dan! Zwarte! Hee! Ja jij ja! Wat mot je hier?’ Jan maakte aanstalten op te staan. Hoewel hij de tachtig centimeter gangpad die hem en de rasta scheidden, onmogelijk kon overbruggen zonder op de vloer te klappen, besloot ik nobel mijn burgerplicht te vervullen.
‘Zeg, waar komen jullie vandaan, eigenlijk?’
‘Wij? Loenen aan de Vecht.’
Daar had je het gedonder al.
‘Grappig. Woont een vriend van mij.’ Iets anders wist ik niet over Loenen. Toch wel. ‘Hij woont aan de Vecht. Kan je goed in zwemmen.’ De Surinamer beaamde. ‘Tof he. Ik wel. Maar Jan kan niet zwemmen.’ He Jan?’ Jan, inmiddels teruggezakt op zijn stoel, schudde van nee.
‘Waar moeten we nu overstappen?’ vroeg Jans maatje weer. ‘Muiderpoort!’ riep Jan.
‘Van de Madeweg. Ik zeg het wel.’
‘Muiderpoort!’
‘Ken je kroegen in Loenen aan de Vecht?’ vroeg Jans maatje. Die kende ik niet. Ik schudde nee.
‘Je hebt het Amsterdammertje. En… Hee, waar moeten we er nu uit?
‘Muiderpoort!’
‘Ik heb dorst,’ zei Jans maatje.
‘Snel naar de kroeg,’ zei Jan. ‘Bier.’
‘Nee Jan. Ik bedoel dorst. Water.’
‘Bier. Is dit Muiderpoort?’
‘Nee Jan. Die jongen zegt het toch. Je wordt oud, Jan.’
Jans toon veranderde spontaan. ‘Hoor je dat? Ik oud. Daag me niet uit man!’
‘Ha, die Jan stinkt ook overal in!’
Jan kon er niet om lachen. ‘Hee, jij! Waar moeten we eruit?’

Zo denderde ons reisje voort. Jans maatje grapte dat Jan de stations niet kon lezen omdat hij niet kon lezen en schrijven, het woord analfabeet zat in geen van de beide vocabulairs, en Jan ontkende hardnekkig, nu ja, in het gemeentehuis mocht hij graag doen alsof. ‘Dan snappen ze er niets meer van daar. Das leuk hoor.’ De rasta deinde ontspannen met zijn hoofd. Uit zijn oordopjes knalden lome reggae-akkoorden. Best leuk, zo’n metro.

4 Responses to Jan

  1. GEIN IS GEEN UITHOEK VAN AMSTERDAM! grumble… ik heb jaren in Gein gewoond en in Holendrecht mijn complete basisschool tijd volbracht… grrr…

    nog 2 nachtjes…

    X

  2. loenen aan de vecht is een uithoek van amsterdam

  3. Amsterdam is een uithoek van Loenen aan de Vecht

  4. Jans maatje grapte dat Jan de stations niet kon lezen omdat hij niet kon lezen en schrijven, het woord analfabeet zat in geen van de beide vocabulairs, en Jan ontkende hardnekkig, nu ja, in het gemeentehuis mocht hij graag doen alsof.

    (geniale zin)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>